1. Onderwijs op maat van elk kind in zijn totale persoonlijkheidsontwikkeling

We geloven in de eigenheid van elk kind, ieder met eigen mogelijkheden en groeikansen. Die kiemkracht willen we optimaal kansen geven door zó om te gaan met kinderen dat hun positieve ingesteldheid wordt versterkt.

2. Een krachtige leeromgeving als basis voor optimale ontwikkeling van kinderen

De klastitularis is de spilfiguur in de zorg die een kind moet krijgen. Deze rol kan hij maar opnemen als hij gesteund wordt door een zorgteam (directie, zorgcoördinatoren, zorgleerkrachten, CLB, …) en dus als een teamplayer kan werken. Hoe groter zijn welbevinden, hoe meer hij de optimale omstandigheden zal kunnen creëren voor kwaliteitsvol onderwijs en een veilig klasklimaat.

3. Een waaier aan zorgmaatregelen om ieder kind gelijke onderwijskansen te bieden

Ons onderwijs dient afgestemd te worden op de mogelijkheden van elk ingeschreven kind. In deze zorg voor kinderen passen maatregelen die weloverwogen en in samenspraak met het zorgteam worden ingezet. Uiteraard zijn ook de ouders hier belangrijke participanten. De ondersteuning van de zorgcoördinator bij het uitzetten van actie- en handelingsplannen is essentieel. Zorgleerkrachten worden vooral klasintern ingezet. In sommige concrete gevallen kan klasexterne ondersteuning een optie zijn. Een aangepaste evaluatie, met zo nodig een aangepaste rapportering, houdt alle betrokkenen op de hoogte van de vorderingen van het kind.

4. Via professionalisering openstaan voor vernieuwing

Vorming verhoogt het professionalisme. Bovendien krijgen vernieuwingen daardoor meer kansen. Naar aanleiding van functioneringsgesprekken kunnen, in het kader van het persoonlijk ontwikkelingsplan, bepaalde nascholingen (binnen en buiten de lesuren) gepland worden. De aldus opgedane kennis wordt gedeeld. Het nascholingsplan, met o.m. aandacht voor de zorgvisie biedt de kans om prioriteiten binnen het team vast te leggen.

5. Het zorgteam biedt ondersteuning

Het zorgteam biedt, in samenwerking met het CLB en andere externen, leerkrachten de nodige ondersteuning en coaching bij hun pedagogisch-didactische taak. Ze doen dit via MDO’s en andere niet-structurele overlegmomenten. Bedoeling is steeds om een zo breed mogelijk overleg tussen alle partners tot stand te brengen.

6. Het leerlingdossier is een werkinstrument waarvan de leerkracht en de zorgcoördinator de beheerders zijn

Via het leerlingdossier beogen we een goede opvolging van elk kind, zowel horizontaal als verticaal. Het dossier bevat gegevens in verband met de gezinssituatie, relevante medische gegevens, de KVS- en LVS-resultaten, rapporten, verslagen van onderzoeken, attesten, verslagen van ouderbesprekingen, enz. Het biedt niet enkel zicht op de schoolse ontwikkeling van het kind maar levert ook belangrijke gegevens over het klas- en schoolniveau op.

7. Een open en functionele communicatie tussen alle betrokkenen is essentieel

Overleg is cruciaal bij de zorg voor kinderen. De zorgcoördinator zorgt ervoor dat de communicatie tussen alle betrokkenen (collega’s, directie, CLB, ouders, leerlingen, externen) zowel via formele als informele kanalen vlot verloopt. Dat verhoogt de kans op optimale samenwerking. De rapportering van deze communicatie moet een plaats krijgen in het leerlingendossier.

8. Een positieve ingesteldheid verhoogt de draagkracht

Leerkrachten moeten zich gesteund en ondersteund weten waardoor hun draagkracht en welbevinden verhoogt. De zorgvisie van de scholengemeenschap geeft hen de nodige zekerheid. De eigenheid van elke leerkracht moet daarbij gerespecteerd worden.

9. Ouders als ervaringsdeskundige respecteren

Elke zorg is een gedeelde zorg. De hulp en de betrokkenheid van ouders verhoogt de kans op welslagen van de zorgacties naar hun kinderen. De school erkent dat ouders ervaringsdeskundig zijn als het over hun eigen kind gaat. Ideaal is dat de opvoedingssituatie thuis spoort met het opvoedingsproject van de school. Een goede afstemming rond de inbreng van de school versus de inbreng van de ouders is belangrijk.

Onze school voert een gedreven zorgbeleid. Samen met de klasleerkrachten, staat dagelijks een team van opgeleide collega’s ‘Banaba zorg en remediërend leren’ klaar om de kinderen te ondersteunen en te begeleiden. Via het kindvolgsysteem (KS) en het leerlingvolgsysteem (LS) volgen we d.m.v. klasobservatie, kind gesprekken en resultaten gericht de evolutie van uw kind. Ook u, als ouder, wordt hierbij betrokken. Onze visie gaat uit naar klasinterne ondersteuning van de leerling, maar het kan zijn dat sommige kinderen op een bepaald moment nood heeft aan gerichte en/of individuele begeleiding. In overleg met directie, het zorgteam, de klasleerkracht en u als ouder, wordt een plan van aanpak besproken. Daarbij zullen we aangeven wat u van de school kan verwachten en waar mogelijk nood is aan externe hulp.

De zorg voor alle kinderen wordt op onze school weergegeven in een zorgcontiniuüm.

Dit is onderverdeeld in verschillende fases van begeleiding en ondersteuning nl.

-> Zorgniveau 0 (fase 0) is het niveau van de preventieve basiszorg. We zorgen voor goed onderwijs voor alle kinderen. Dat betekent dat we rekening houden met verschillen tussen kinderen en differentiëren. Dit bv door een rekenen aan te bieden in verschillende niveau groepen. Eerst de instructie of uitleg van de nieuwe les voor de hele klasgroep, de snelle starters kunnen na een korte uitleg al snel aan het werk. Nadien de langere instructie voor kinderen die meer tijd nodig hebben om nieuwe leerstof te begrijpen. Daarnaast wordt ook bij andere vakgebieden standaard een sterke differentiatie ingebouwd naar tempo, hoeveelheid, moeilijkheidsgraad. De klasleerkracht zorgt voor goed onderwijs voor elk kind. Hij/zij houdt rekening met verschillen tussen kinderen. Hij/zij maakt het verschil. Aandacht voor elke leerling door goed klasmanagement, differentiatie en remediëring.

-> Zorgniveau 1 (fase 1) is het niveau van de verhoogde zorg. Kleuters bij wie het ontwikkelen of leerlingen waarbij het leren minder vlot verloopt, worden mee opgenomen in overleg met de zorgleerkracht en/of de zorgcoördinator. Samen bekijken we wat een kind meer nodig heeft om goed te kunnen groeien, meer te kunnen leren. De klasleerkracht geeft die extra zorg in de klas samen met ondersteuning van de zorgjuf. Systematisch overleg is voorzien. Leerkracht krijgt advies, trajecten voor lln worden uitgewerkt. Het gewicht van de begeleiding blijft voornamelijk bij de klasleerkracht liggen.

-> Zorgniveau 2 (fase 2) is het niveau van de uitbreiding van zorg. De zorg voor een kind is groter. We werken dan samen met de zorgcoördinator, het CLB en/of andere externen zoals logopedisten, kinesist … We bespreken de stappen met de ouders. Indien nodig komen we samen tot een individueel handelingsplan op maat van het kind. We geven zo lang als mogelijk onze beste zorg. De zorgvraag wordt gedocumenteerd a.h.v. beschikbare gegevens (observaties, gesprekken, LVS, andere tests). Een handelingsgericht traject wordt i.s.m. het CLB opgesteld.

-> Zorgniveau 3 (fase 3) is het niveau van ‘school op maat’. Wanneer alle hulpmiddelen niet de verwachte evolutie brengen en een gemeenschappelijk curriculum niet meer haalbaar is, gaan we samen op zoek naar een school op maat. Dat doen we in nauwe samenwerking met CLB en ouders en kind.

Afbeeldingsresultaat voor zorgcontinuüm