Hier vindt u het meest recente schoolreglement alsook de handige infokrant terug.

Schoolreglement

Ons schoolreglement bestaat uit 3 delen. Het eerste deel bevat heel wat nuttige informatie en contactgegevens. Dit deel maakt strikt genomen geen deel uit van het schoolreglement, maar is er wel nauw mee verbonden, daarom wordt ze hier toch opgenomen. In het tweede deel vindt u het pedagogisch project. In het derde deel vindt u het eigenlijke reglement dat bestaat uit de engagementsverklaring, informatie rond inschrijving, ouderlijk gezag, de organisatie van de leerlingengroepen, afwezigheden, uitstappen, het getuigschrift basisonderwijs, onderwijs aan huis, orde- en tuchtmaatregelen, de bijdrageregeling, vrijwilligers, welzijnsbeleid, leefregels, revalidatie en privacy.

Infokrant

In de infokrant vindt u praktische informatie over de werking van de school.

Brochure incidenten- en pestbeleid

Helaas komt slecht gedrag en pesten in iedere school voor, ook op de onze…
Lees hier hoe we dit aanpakken

Infobrochure Onderwijsregelgeving

Diverse afspraken omtrent

Afwezigheid, te laat komen en vervroegd ophalen

Afwezigheid leerlingen

Als leerlingen afwezig zijn, verwittigen de ouders de school. Zo snel mogelijk wordt er een bewijs bezorgd aan de klasleerkracht: ofwel een afwezigheidsbriefje ofwel een doktersattest. Vanaf 3 opeenvolgende afwezigheidsdagen is een doktersattest vereist. Weekend is inbegrepen. (vrijdag afwezig en aansluitend maandag afwezig = doktersattest)
Bij problematische afwezigheid verwittig je de directie. Het secretariaat neemt contact op met de ouders. Indien de leerling onwettig afwezig blijft, wordt het CLB ingelicht. (vanaf 5 halve dagen) Zij kunnen dan contact opnemen met de ouders.

Te laat komen

Kinderen die na de tweede bel, 8.45 uur of 13.30 uur, in de klas aankomen zijn te laat. Bij de 2de bel gaat de hoofdpoort toe en moet iedereen via het secretariaat.
Als collega zorg je ervoor dat je 15 minuten voor de aanvang van de lessen op school bent!

Vervroegd ophalen

Als kinderen om een bepaalde reden de school vroeger moeten verlaten, laten ze dit weten via het agenda of een mail. Ze krijgen hiervoor een ‘groen briefje’ via het secretariaat of de directie, dat ze aan de klasleerkracht afgeven. Nadien vraag je het briefje van ‘afwezigheid’. (tandarts, logo, dokter, …)
De klasleerkracht stuurt de kinderen naar het secretariaat op het afgesproken moment. Daar wachten ze tot ze opgehaald worden.

Huiswerk

Onder huiswerk verstaan we werk dat vanuit de school meegegeven wordt en waarvan verwacht wordt dat het door de leerling thuis gemaakt of geoefend wordt. Het huiswerk kan voor alle kinderen uit de groep zijn, maar er kan ook werk meegegeven worden aan individuele leerlingen. Vrijwel al het huiswerk wordt ook weer mee terug naar school genomen.

Huiswerk ligt in het verlengde van het leerproces dat in de klas is gestart. Het vormt een brug tussen thuis en onze school. Enerzijds is huiswerk een manier om kinderen de gelegenheid te geven hun kennis en vaardigheid te verfijnen en uit te breiden. Het resultaat van deze extra oefening draagt bij tot automatiseren van de al geleerde leerstof bij bijvoorbeeld rekenen, spelling, taal, w.o. en lezen. Anderzijds vinden we het belangrijk dat onze leerlingen zelfstandig leren werken. Hierbij hoort het leren plannen, organiseren, uitvoeren en evalueren. Ook het voorbereiden van nieuwe opdrachten hoort hierbij: iets opzoeken via internet, iets meebrengen voor een les, materiaal zoeken voor een werkstuk, …. Huiswerk met opdrachten, zoals het maken van werkstukken en spreekbeurten bevordert de zelfstandigheid en draagt bij aan een positief leerresultaat. Op de algemene informatieavond aan het begin van het schooljaar wordt het huiswerkprotocol uitgelegd en toegelicht.

We vinden het belangrijk dat een leerling een goede werkhouding aanleert en op een zelfstandige manier de aangeboden leerinhouden verwerkt en inoefent. We beseffen dat dit proces niet voor alle leerlingen even makkelijk verloopt. Het huiswerk wordt daarom zo goed mogelijk afgestemd op de onderwijsbehoeften van het kind. Er wordt daarbij gelet op een evenwichtig balans tussen de hoeveelheid/moeilijkheid en de belastbaarheid van de leerling. Daarbij zetten wij ons in om de kinderen in de klas een goede werkhouding bij te brengen en te leren plannen. Het opgegeven huiswerk wordt eerst in de klas besproken. We leren hoe de stof geleerd en/of gemaakt moet worden. Het gemaakte huiswerk wordt gecorrigeerd. Dat kan op verschillende manieren: individueel of met de hele groep. Kinderen krijgen huiswerk mee naar huis over stof die in groep is aangeboden. De mate van begeleiding door ouders hangt af van de leeftijd, de moeilijkheid en de mate van begeleiding die een leerling nodig heeft.

De leerkrachten staan open voor een gesprek als ouders merken dat er iets niet goed gaat met het huiswerk van hun kind (onduidelijkheden, te veel, te moeilijk, geen motivatie, geen tijd etc.). Als uw kind niet zelfstandig in staat is het huiswerk te maken, neem dan contact met de leerkracht op. Noteer dit in de agenda. Samen gaan we dan op zoek naar alternatieven en oplossingen. Stel je als ouder vooral op als coach, luister en stel vragen. Stimuleer je kind en ondersteun het als het daarom vraagt. Hou het doel voor ogen: je kind is verantwoordelijk voor het maken van huiswerk.

De afspraken per leerjaar kan je terugvinden in Teams en op de website van de school. Gelieve je ook aan deze gezamenlijk gemaakte afspraken te houden.

Enkele tips voor ouders:

  • een eigen plek in huis is ideaal, eventueel een aparte ruimte
  • toon belangstelling, maar dring je niet op
  • neem samen de agenda door en bespreek de taken
  • plan samen de beschikbare tijd, er moet nog voldoende vrije tijd overblijven

Versnellen

Voor leerlingen die onvoldoende uitdaging hebben van de aangeboden leerstof en cognitief meer aankunnen, de zogenaamde hoog of meer begaafde leerlingen, kan het protocol hoogbegaafdheid worden doorlopen. Een aantal van deze kenmerken komen reeds naar voor tijdens de doortesting die in alle klassen gebeurt. In sommige gevallen kan men overgaan tot het versnellen van deze leerlingen en slaan ze dus een klas over.

Het signaleren gebeurt via dezelfde procedures als bij leerlingen met een vertraagde leertijd. Ook hier is het belangrijk om het totaalbeeld van het kind voor ogen te houden. Er moet hier rekening gehouden worden met het welbevinden van deze leerlingen en zeker ook het sociale.

Criteria:

Voor versnelde leertijd zijn vooral de leervorderingen voor rekenen en begrijpend lezen belangrijke gegevens. Bij versnelde leertijd moeten de toetsen conform het LVS minimaal 1 jaar vooruit goed gemaakt worden. Bij het doortoetsen dient in acht genomen te worden wat het leerstofaanbod is geweest.

Wanneer het besluit genomen wordt om te versnellen, wordt er ook een motivering omschreven en wordt de leervoorsprong bezien in combinatie met de sociaal emotionele ontwikkeling en de taakwerkhouding. Bij deze besluitvorming zijn verschillende partijen betrokken: ouders, directie, zorgco, CLB en klasleerkracht. Indien er meningsverschillen zijn, ligt de uiteindelijke beslissing bij de klassenraad. Het besluit wordt opgenomen in het leerlingendossier.

Zitten blijven

Wanneer een kind een achterstand vertoont op meerdere gebieden, kan er overwogen worden om het kind te laten blijven zitten. De verwachting is, dat een kind door te blijven zitten, de achterstanden geheel of gedeeltelijk kan inhalen. We streven ernaar dat een kind slechts één keer blijft zitten tijdens zijn schoolcarrière in de basisschool. Een kind dat zitten blijft, werd altijd besproken tijdens verschillende MDO’ s. Het is een gezamenlijke beslissing die in overleg met ouders, leerkrachten, zorgteam en CLB genomen wordt.

Bij de uiteindelijke besluitvorming kunnen de volgende “checkpunten” een rol spelen: toetsresultaten en dagelijks werk, werkhouding, concentratie, zelfstandigheid, sociaal – emotionele ontwikkeling, motoriek, leergierigheid, leeftijd, weerbaarheid

Een extra jaar kan zinvol zijn als het doelgericht inspeelt op de onderwijsbehoeften van het kind. Leerlingen herhalen de leerstof die zij in een eerder stadium niet onder de knie kregen. Er kan extra aandacht besteed worden aan die dingen die nog niet gekend zijn.

Signaleren:
De leerkracht maakt gebruik van methode gebonden toetsen en observaties. Andere aanvullende observaties van externe begeleiders of vragen van ouders kunnen ook een meerwaarde zijn. Informatie verkregen vanuit verschillende hoeken behoren ook tot de signaleringsfase. (gesprekken met leerlingen, ouders, info uit zorgcirkels) De leerkracht is verantwoordelijk in fase 0 en kan ondersteund worden door de zorgco en zorgleerkrachten. Op basis van alle gegevens, wordt het onderwijsaanbod afgestemd op het kind. Het signaleren moet zeker aan bod komen tijdens verschillende MDO gesprekken.

Analyseren en diagnosticeren:
Indien de leerkracht onvoldoende gegevens heeft om de onderwijsbehoeften van een leerling te benoemen, worden aanvullende gegevens verzameld om zich een beeld te vormen. Deze worden telkens besproken in overlegmomenten en MDO’ s. De ouders worden op de hoogte gebracht van de volgende fase in het zorgcontinuüm.

Criteria:
Het is belangrijk om het totaalbeeld van het kind voor ogen te houden. Er moet per criterium bekeken worden wat voor de leerling het beste is. Het gaat om kinderen die een duidelijke achterstand hebben in hun leervorderingen, of die specifieke onderwijsbehoeften nodig hebben op het gebied van sociale – en emotionele ontwikkeling.

Bij vertraagde leertijd moet duidelijk aangegeven worden welke onderdelen van de leerstof de leerling onvoldoende beheerst en wat het effect zal zijn van het extra aanbod tijdens het zitten blijven. De uitkomsten van de beoordeling moeten vergeleken worden met die van de eigen leeftijdsgroep. Daarbij moet je de vraag stellen in welke klas de ontwikkelingskansen van het kind het grootst zijn in relatie tot zijn ontwikkelingsbehoeften. Het ontwikkelingsperspectief is hierbij belangrijk. Daarbij wordt concreet aangegeven wat het onderwijsaanbod zal zijn.

Wanneer het besluit genomen wordt om te blijven zitten, wordt er ook een motivering omschreven en wordt de leerachterstand bezien in combinatie met de sociaal emotionele ontwikkeling en de taakwerkhouding. Bij deze besluitvorming zijn alle verschillende partijen betrokken. Indien er meningsverschillen zijn, ligt de uiteindelijke beslissing bij de klassenraad. Het besluit wordt opgenomen in het leerlingendossier.

Gescheiden ouders

De school informeert de ouders graag over de prestaties en het welbevinden van hun kind. Het uitgangspunt is dat het belang van het kind voorop moet staan.

Breng de klasleerkracht op de hoogte van de afspraken die u gemaakt hebt over de verdeling van de zorgtaken (co- ouderschap). Geef ook door op welke dagen uw kind bij welke ouder is. Dan kunnen wij bij afwezigheid de juiste ouder informeren. Ook over de wijze van briefwisseling: wilt u de brieven dubbel of speelt u informatie onderling uit.

Bij oudercontacten wordt er een doodle opgesteld. De school voorziet één contactmoment per kind om over de evolutie te praten. In uitzonderlijke gevallen kan een afzonderlijk oudercontact toegestaan worden. U neemt hiervoor contact op met de directie.

Wat kan u van ons verwachten?

  • een kopie van het rapport
  • resultaten van toetsen
  • berichten over gedrag, dit via de agenda
  • uitnodigingen voor gesprekken
  • uitnodigingen voor ouderavonden
  • nieuwsbrieven via mail
  • activiteiten en kalender via mail
  • excursies die plaatsvinden
  • verwittigen als het kind ziek geworden is op school
  • luizenalarm via sticker in de agenda

Op die manier weet u als gescheiden ouders waar u aan toe bent en wat u kan doen om de ontwikkeling en vorderingen van uw kind op te volgen.

Indien tijdens het schooljaar de gezinssituatie wijzigt, vragen we u om dat aan te geven bij de leerkracht van uw kind. U kan ook de zorgleerkracht of de directie hiervan op de hoogte brengen. Op die manier kunnen we ook uw kind extra opvangen indien dat nodig is.

We proberen tot werkbare oplossingen te komen in het belang van uw kind. Daarbij zijn uw inzet en begrip van groot belang.

Oudercontacten

We organiseren 4 keer per jaar een oudercontact.

Bij het begin van het schooljaar is dat een gezamenlijk contact met andere ouders om de werking van de klas toe te lichten. Dat geeft aan ouders ook de kans om eventuele vragen te stellen i.v.m. het programma dat aangeboden wordt in de klas. Deze ouderavond vindt plaats in de eerste weken van het schooljaar. Bezorg de ouders een schriftelijke versie van je PowerPoint of je uitleg. Op die manier kunnen ze enkele dingen noteren en/of dit later nog eens bekijken.

Daarnaast organiseren we individuele oudercontacten bij het rapport voor de herfstvakantie, voor de paasvakantie en op het einde van het schooljaar. Deze momenten worden tijdig doorgegeven en de leerkrachten stellen hiervoor een doodle op, zodat ouders zelf hun moment kunnen kiezen. We voorzien enkele langere momenten voor moeilijkere gesprekken.

Blijf tijdens deze oudercontacten professioneel. Feedback over de kinderen staat hier op de eerste plaats. Geef ouders de kans om over de resultaten van hun kinderen te praten.

Er kunnen ook oudermomenten plaatsvinden buiten deze vaste momenten. Dit op initiatief van de ouders of de school. Hierbij kunnen ook externe hulpverleners aanwezig zijn. Daarvoor worden afspraken gemaakt via de klasagenda van het kind, telefonisch of via mail.

Van elk contact of gesprek wordt een klein verslag gemaakt. Zo krijg je een heleboel informatie die je in Bingel kan inbrengen.

We vragen aan ouders om een afspraak te maken als ze een leerkracht willen spreken en dit niet te doen bij aanvang van de lessen. Deze afspraak kan gemaakt worden via mail of via de klasagenda van het kind.

Kinderraad

Op onze school hebben we een kinderraad, omdat we onze leerlingen bij het schoolse leven willen betrekken. Kinderen kunnen met opmerkingen en ideeën komen die waardevol zijn voor de school en het leerproces. Het is ook ons doel om kinderen op een speelse manier kennis te laten maken met de democratische beginselen en een actief burgerschap te bevorderen. Hun mening en hun visie tellen ook mee.

In september voeren de kinderen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar campagne om een verkozene per klas te kunnen aanduiden. Begin oktober wordt er een verkiezing gehouden tijdens een middagpauze om 1 kandidaat per klas aan te duiden. Deze gekozene zetelt dat schooljaar in de kinderraad.

We komen zo’ n 6 keer per jaar samen met de kinderraad en daarbij is de beleidsondersteuner aanwezig. Na elke vergadering wordt er een verslag gemaakt. Dat kan aan verschillende partijen bezorgd worden.

Wat kan aan bod komen?

  • ideeën vanuit de klas
  • punten vanuit de directie
  • inrichting speelplaats
  • speelgoed op de speelplaats
  • gedrag op de speelplaats
  • activiteiten bij feesten op school

Afspraken:

  • We spreken niet over individuele leerlingen of leerkrachten.
  • We luisteren naar elkaar en hebben respect voor elkaars mening
  • Het belang van de school wordt voor ogen gehouden
  • We spreken uit naam van alle leerlingen

We proberen om waardevolle projecten uit te werken die de school ten goede komen. Hierbij zetten we in op milieu, afspraken, ….

Kinderen vervoeren

Kinderen onder 12 jaar en 1m50 of groter mogen voorin zitten. Kleinere kinderen zitten achteraan. Alle passagiers dragen een gordel. De basisregel is dat alle kinderen kleiner dan 1m35 met een maximaal gewicht van 36 kg zowel voorin als achterin een geschikt en goedgekeurd kinderzitje of verhoogd kinderkussen moeten gebruiken. Kleinste kleuters moeten achterin in een voor hen geschikt en goedgekeurd kinderzitje. Zij moeten volgens de reglementen vastgezet worden. Vervoer maximaal evenveel kinderen als er zitplaatsen of autogordels zijn.

Leer kinderen aan de kant van de stoep uit de auto stappen.

Leer kinderen dat zien niet hetzelfde is als gezien worden. Dat het kind de auto ziet, betekent niet dat de bestuurder ook het kind kan zien.

Mensen die kinderen met de auto naar school brengen of halen, moeten goed opletten op de veiligheid van de kinderen die lopend of fietsend komen. Zij parkeren niet op de stoep en geven fietsende en lopende kinderen voldoende ruimte. Parkeer liever op een afstand en begeleid de kinderen lopend van en naar school.

Als u in opdracht van de school kinderen vervoert, zal u van de klasleerkracht een verzekeringsdocument ontvangen dat u moet invullen en terugbezorgen. Uw wagen is op dat moment verzekerd.

Kinderen die met de fiets naar school komen, nemen de kortste weg van en naar huis. Enkel op die manier zijn ze verzekerd. Ze zorgen ervoor dat hun fiets volledig in orde is om zich op een veilige manier in het verkeer te begeven. Tijdens het fietsen dragen de kinderen een fluo vestje.